Actueel Need to know: de waarheidsplicht uit artikel 21 Rv
Artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is een sleutelbepaling in het civiele procesrecht. Het artikel verankert een waarheids- en volledigheidsplicht: partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. De verplichting
geldt in zowel dagvaardings- als verzoekschriftprocedures, in elke stand van de procedure en voor alle procespartijen.
Bewuste leugens zijn onaanvaardbaar is, aldus de wetgever. Hetzelfde geldt voor het achterhouden van feiten die voor de beslissing van de rechter relevant zijn. Feiten waarvan een partij weet dat die juist zijn, mogen ook niet worden ontkent. Als artikel 21 Rv niet wordt nageleefd, kan de rechter ‘daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht’. De wet laat veel ruimte voor het verbinden van consequenties aan een schending van artikel 21 Rv. De consequenties van een schending, die in de praktijk soms ten onrechte worden onderschat, kunnen bijvoorbeeld zijn:
– afwijzen van de vordering;
– buiten beschouwing laten van stellingen en stukken;
– diskwalificeren of anders waarderen van stellingen en stukken;
– andere bewijslastverderling en/of
– (volledige) proceskostenveroordeling;
Voor procespartijen betekent dit:
– wees volledig en transparant in het presenteren van feiten die relevant zijn voor de beslissing;
– weeg strategische keuzes af tegen het risico van een artikel 21 Rv-schending en
– realiseer dat een processtrategie nooit een rechtvaardiging is voor onvolledigheden of onwaarheden met betrekking tot het geschil.
Over dit onderwerp valt nog veel meer te vertellen. Interessant is bijvoorbeeld de verhouding tussen de in artikel 21 en 149 Rv neergelegde vrijheid van partijen om zelf te bepalen welke feiten zij aan een kwestie ten grondslag willen leggen, en artikel 21 Rv. Meer weten? Ook in het kader van jouw
processtrategie? Neem contact op met Alex Besters, gespecialiseerd op het gebied van procesrecht in arbeidszaken.