Actueel De Hoge Raad heeft zich op 18 juli 2025 voor het eerst uitgelaten over de ontbinding op de i-grond
Sinds de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans per 1 januari 2020 kan een arbeidsovereenkomst van een werknemer ook worden ontbonden op de zogeheten i-grond. Van een i-grond is sprake wanneer een combinatie van twee of meer niet-voldragen andere ontslaggronden (c- t/m e-, g- en h-grond) tezamen toch een voldragen ontslaggrond vormen. De i-grond wordt daarmee ook wel de ‘restgrond’ of ‘cumulatiegrond’ genoemd. In de wet is opgenomen dat als de arbeidsovereenkomst inderdaad op de i-grond wordt ontbonden door de rechter, de rechter een extra vergoeding aan de werknemer kán toekennen (de ‘cumulatievergoeding’). Die extra vergoeding kan oplopen tot een maximum van 50% van de wettelijke transitievergoeding.
De praktijk is met die i-grond aan de haal gegaan. Zo wordt de i-grond vaak subsidiair, of meer subsidiair aangevoerd als ontbindingsgrond. Over toepassing van die i-grond bestond echter nog wel veel onduidelijkheid. De Hoge Raad heeft met zijn arrest wat richtlijnen gegeven, waarvan de belangrijkste als volgt is.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechter verplicht is om ambtshalve de rechtsgronden aan te vullen. Die verplichting geldt ook voor de toepassing van de i-grond en de cumulatievergoeding. Dat betekent dat de rechter uit eigen beweging moet oordelen of de i-grond (en de cumulatievergoeding) toegepast moet worden, ook als het niet expliciet door is verzocht. Dit kan aldus leiden tot de situatie dat een werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens, bijvoorbeeld, primair verwijtbaar handelen (de ‘e-grond’), en subsidiair een verstoorde arbeidsverhouding (de ‘g-grond’), maar dat de rechter de arbeidsovereenkomst uiteindelijk ontbindt op de i-grond met toekenning van een cumulatievergoeding (van maximaal 50%). Wel moet de werkgever, aldus de Hoge Raad, de gelegenheid krijgen het ontbindingsverzoek in te trekken.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat toepassing van de i-grond door de rechter concreet gemotiveerd moet worden. Uit het oordeel van de rechter moet duidelijk blijken welke combinatie van ontslaggronden ten grondslag ligt aan de ontbinding op de i-grond. Een algemene verwijzing volstaat niet. Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat ook in geval van een ontbinding op de i-grond eerst door de werkgever zal moeten worden onderzocht of herplaatsing niet mogelijk is. Van een voldragen ontslaggrond kan immers pas sprake zijn als óók is voldaan aan de herplaatsingsplicht.
Partijen dienen in ontslagprocedures alert te zijn op voorgaande. Dit kan door van tevoren al bedacht te zijn op de mogelijkheid dat de arbeidsovereenkomst op de i-grond zal worden ontbonden, ook wanneer daar niet expliciet om is verzocht, en zich daar, dan wel tegen toekenning van een cumulatievergoeding, (schriftelijk) tegen te verweren.
Vragen? Neem contact op met Nienke van den Bosch via vandenbosch@boontje.nl