Door Danny Vesters
05 augustus 2026

Actueel Van fax naar feedback

Ik ben 44. Partner. Ruim twintig jaar advocaat. Dat betekent dat ik tot die wonderlijke tussengeneratie behoor die als kind buiten speelde, maar ook MSN Messenger heeft meegemaakt. Die nog weet wat een fax is, maar ook zonder hulp een PDF kan samenvoegen. Een millennial dus.

Wij millennials zijn opgegroeid met een eenvoudige boodschap: hard werken. Heel hard werken.

Toen ik stagiair was, gold een tamelijk overzichtelijke definitie van werk-privébalans: overdag werken en ’s avonds ook. Als een partner om 22.30 uur belde, was dat geen inbreuk op je privéleven, maar een compliment. Je was blijkbaar belangrijk genoeg om gestoord te worden. En eerlijk is eerlijk: wij vonden dat normaal.

Nu werken er steeds meer advocaten van Generatie Z op de kantoren. En dat leidt soms tot lichte cultuurverschillen. Of, afhankelijk van wie je het vraagt, een complete beschavingscrisis. Waar mijn generatie dacht: “Het dossier moet af, desnoods vannacht”, denkt Generatie Z vaker: “Het dossier moet af, maar wel binnen mijn gezonde grenzen en met behoud van mentale duurzaamheid.” Dat klinkt voor veel oudere advocaten ongeveer hetzelfde als: “Het dossier hoeft niet af.” Maar volgens mij is dat te gemakkelijk.

Als millennial had ik het eigenlijk best overzichtelijk. Wij kregen mee dat de wereld één grote groeicurve was en dat alles goed zou komen als je maar hard genoeg werkte. Generatie Z kreeg iets andere boodschappen mee. Financiële crisis. Klimaatcrisis. Woningcrisis. Stikstofcrisis. Energiecrisis. Oorlogen. Pandemieën. Als ik op hun leeftijd was opgegroeid met een onafgebroken stroom doemscenario’s op mijn telefoon, had ik waarschijnlijk ook wat vaker nagedacht over de vraag of een kort geding om 23.45 uur echt de zin van het bestaan vertegenwoordigt.

Wat mij het meest fascineert, is de behoefte aan feedback. Toen ik begon, kreeg je één keer per jaar feedback. Dat moment duurde ongeveer drie minuten. De partner keek over zijn bril en zei: “Je doet het redelijk.” En dat was dan feitelijk ook meteen het hoogtepunt van je beoordelingscyclus. Generatie Z wil weten hoe het gaat. Vandaag. En morgen. En liefst ook even tussendoor.

Soms voelt het alsof ik niet alleen advocaat en partner ben, maar ook een combinatie van coach, mentor, psycholoog, loopbaanadviseur en persoonlijke ontwikkelingsapp. Tegelijkertijd moeten we eerlijk zijn: wij hebben jarenlang geklaagd dat jonge advocaten onvoldoende begeleiding kregen. Nu ze begeleiding vragen, vinden we dat weer overdreven. Advocaten zijn soms verrassend consistent in hun inconsistentie.

Nergens botst de cultuur harder dan bij bereikbaarheid. Mijn generatie heeft een ongezonde relatie met de telefoon ontwikkeld. Wij reageren op mails tijdens vakanties, verjaardagen en soms vermoedelijk zelfs tijdens onze eigen begrafenis. Generatie Z bekijkt een werkmail op zaterdag en denkt: “Dat lijkt me een probleem voor maandag.” En ergens bewonder ik dat. Want als ik heel eerlijk ben, bestaat een aanzienlijk deel van de spoedmails die wij advocaten elkaar sturen uit berichten die ook prima 48 uur hadden kunnen wachten. Sterker nog: sommige kwesties lossen zichzelf op als je er een weekend niet naar kijkt. Niet alle, overigens. Dat experiment moet u niet uitvoeren bij een ontbindingsprocedure met een deadline.

De grootste schok voor veel advocatenkantoren is misschien wel dat slechts een relatief beperkt deel van de jonge advocaten partner wil worden. Dat voelt voor oudere partners ongeveer alsof een Michelin-kok hoort dat zijn kinderen later liever een boterham met pindakaas willen eten. “Maar… hier hebben we toch allemaal naartoe gewerkt?” Generatie Z stelt een ongemakkelijke vraag: Waarom eigenlijk? Zij kijken naar partners die voortdurend bellen, mailen, vergaderen, declareren, acquisitie plegen, conflicten oplossen en ondertussen proberen hun kinderen ervan te overtuigen dat ze echt thuis wonen. En dan denken ze: “Misschien hoeft succes niet per se zo eruit te zien.” Pijnlijk? Misschien. Onbegrijpelijk? Niet echt.

Eigenlijk lijken millennials en Generatie Z meer op elkaar dan we willen toegeven. Wij millennials hebben werk ooit centraal gezet in ons leven. Generatie Z vraagt zich af of dat wel zo’n goed idee was. En misschien hebben ze een punt. Want laten we eerlijk zijn: als een 25-jarige medewerker mij vraagt waarom hij op zondagavond om 21.00 uur nog een niet-spoedeisende e-mail moet beantwoorden, heb ik daar soms ook geen goed antwoord op. Meestal mompel ik dan iets over cliëntbelang, ondernemerschap en verantwoordelijkheid. Maar diep van binnen hoor ik een stemmetje zeggen: “Hij heeft eigenlijk gewoon gelijk.”

Iedere generatie denkt dat de generatie na hen het niet begrijpt. Onze ouders vonden millennials verwend. Millennials vinden Generatie Z kwetsbaar. Over twintig jaar zal Generatie Z ongetwijfeld klagen dat Generatie Alfa geen kritiek kan verdragen omdat hun AI-coach hen hun hele leven heeft verteld hoe geweldig ze zijn. De cirkel van het leven, maar dan op kantoor. En ondertussen zitten wij millennials er precies tussenin: oud genoeg om te denken dat jonge advocaten zich soms wat meer mogen vastbijten in een dossier, maar jong genoeg om te begrijpen dat een leven niet uitsluitend uit declarabele uren bestaat. Misschien is dat precies onze rol. Niet mopperen op Generatie Z. Maar vertalen. Zoals wij vroeger Google Translate gebruikten, alleen dan voor generaties.

Tekst Danny Vesters