Door Vera Schröder
28 augustus 2026

Actueel Het recht op een transitievergoeding ondanks een ontslag op staande voet

Een werknemer die op staande voet wordt ontslagen, ontvangt doorgaans geen transitievergoeding. Veel werkgevers beschouwen dat als een vanzelfsprekend gevolg van een ontslag op staande voet. Toch ligt dat juridisch genuanceerder.

De wet bepaalt namelijk niet dat bij een ontslag op staande voet automatisch geen recht bestaat op een transitievergoeding. Daarvoor moet sprake zijn van één van de uitzonderingsgronden uit artikel 7:673 lid 7 BW, bijvoorbeeld ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. In veel gevallen zal een werknemer die terecht op staande voet is ontslagen vanwege een dringende reden, ook ernstig verwijtbaar hebben gehandeld. Maar dat is niet altijd zo.

Een recente uitspraak van de kantonrechter Rotterdam laat dat mooi zien. Een chauffeur die verantwoordelijk was voor het bezorgen van pakketten, was op staande voet ontslagen omdat hij pakketten met een totale waarde van EUR 9.000 enkele dagen na de geplande bezorgdatum nog steeds niet had afgeleverd. Volgens de werknemer was hij de pakketten vergeten. Omdat er daarnaast al meerdere klachten over hem waren ingediend en dit niet het eerste incident was, besloot de werkgever hem op staande voet te ontslaan.

De kantonrechter oordeelde dat daarvoor inderdaad een dringende reden bestond. Het ontslag op staande voet bleef dus in stand. Dat was echter onvoldoende om de werknemer ook zijn transitievergoeding te onthouden. Volgens de kantonrechter was er geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen. En die drempel ligt hoog.

Deze uitspraak onderstreept dat een rechtsgeldig ontslag op staande voet niet automatisch betekent dat geen transitievergoeding verschuldigd is. Ook wanneer het ontslag in stand blijft, kan het daarom lonen om de rechter te verzoeken de transitievergoeding alsnog toe te kennen.

Vragen hierover? Neem gerust contact op met Vera Schröder via schroder@boontje.nl.