Door Leander van den Hof
07 juli 2026

Actueel Flex minder flex, vast minder vast

Met het wetsvoorstel ‘Meer zekerheid flexwerkers’ probeert de regering werknemers met een flexibel arbeidscontract meer zekerheid te geven over hun inkomen en werktijd. Nulurencontracten worden vervangen door een ‘bandbreedtecontract’, draaideurconstructies worden tegengegaan door de
onderbreking van de ketenregeling te verlengen naar drie jaar en de gelijke beloningsnorm voor uitzendkrachten wordt uitgebreid. Kortom, naast de strengere handhaving op schijnzelfstandigen (ZZP’ers) én het toelatingsstelsel voor uitzendbureau’s, wordt de flexibele schil nog verder aan banden gelegd.

Aanvankelijk was het voornemen om een deel van de beoogde wijzigingen al per 1 januari 2026 in te laten gaan. Inmiddels is duidelijk dat het niet meer gaat lukken. Naar aanleiding van recente kritische vragen van de Eerste Kamer heeft de minister op 29 juni jl. aangegeven dat de wijzigingen pas per 1 januari 2028 in werking zullen treden. Kortom, werknemers en werkgevers hebben nog even de tijd om zich op de veranderingen voor te bereiden.

Ondanks alle nieuwe (en striktere) wetgeving heeft de minister ook oog voor de behoefte aan flexibiliteit. Flex minder flex, betekent dat vast ook minder vast moet worden. Dat is tenminste het idee. Het coalitieakkoord bevatte onder meer stappen op het gebied van het afspiegelingsbeginsel, hervorming van de transitievergoeding en verbetering van de re-integratie. De uitwerking van ‘vast minder vast’ zal echter nog even op zich laten wachten. Vooralsnog moeten we het doen met de toezegging van de minister dat het kabinet ‘op middellange termijn in gesprek zal gaan met sociale partners’.

Heb je vragen over de veranderende wetgeving op het gebied van flex, neem dan contact op met Leander van den Hof