Actueel In het arbeidsrecht spelen vervaltermijnen een cruciale rol
Anders dan verjaringstermijnen, die in sommige gevallen kunnen worden ‘gestuit’, geldt bij vervaltermijnen dat een recht definitief verloren gaat zodra de termijn is verstreken. Wie te laat is, staat met lege handen. Het maakt dan niet meer uit of de vordering of het verzoek juridisch inhoudelijk wel stand zou houden.
In het arbeidsrecht moet in veel gevallen binnen een vervaltermijn van twee of drie maanden een verzoekschrift worden ingediend.
Er geldt bijvoorbeeld een vervaltermijn van twee maanden in de volgende veelvoorkomende situaties:
– verzoek tot betaling gefixeerde schadevergoeding (bij ontslag op staande voet).
Werkgevers opgelet: als de werknemer verzoekt tot vernietiging van het ontslag op staande voet, zal er tijdig een zelfstandig tegenverzoek moeten worden ingediend tot betaling van deze vergoeding!
– ontslag in de proeftijd
– verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding
– verzoek tot herstel van de arbeidsovereenkomst
– verzoek tot ontbinding nadat het UWV de toestemming voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst heeft geweigerd
In andere situaties geldt een vervaltermijn van 𝐝𝐫𝐢𝐞 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐞𝐧, bijvoorbeeld in geval van:
– een verzoek tot betaling van een transitievergoeding
– een verzoek tot betaling van een aanzegvergoeding
– hoger beroep en cassatie
Wees erop bedacht dat de vervaltermijn dikwijls gaat lopen vanaf de dag ná de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, maar dit is niet altijd het geval! Twijfel je over welke termijn geldt en wanneer je in actie moet komen? Neem dan contact op met Nienke van den Bosch, gespecialiseerd op het gebied van procesrecht in arbeidszaken.