13 februari 2024

Actueel (On)duidelijk en (on)dubbelzinnig

Een Brabantse archeoloog heeft zich na een loonvorderingsprocedure in eerste aanleg pas bij het hof Den Bosch op het standpunt gesteld dat hij op basis van onderstaande tekst niet begreep dat de werkgever de arbeidsovereenkomst had opgezegd.

‘Om een bloedbad te vermijden, heb ik beslist om [naam] te sluiten. Dit impliceert dat onze huidige arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang definitief zal worden verbroken. Om de impact hiervan op U en andere medewerkers te vermijden, biedt [naam] een contract aan met behoud van huidig loon. U dient wel fulltime vanuit Gent te werken.’

Het hof gaf de archeoloog geen gelijk en ook in cassatie ving hij bot. Uit de brief wordt duidelijk dat de werkgever de arbeidsovereenkomst wil beëindigen. De werkgever is niet gebonden aan dezelfde eisen als zijn werknemer als die laatste zelf meedeelt te willen vertrekken.

Als het de werknemer is die de arbeidsovereenkomst vrijwillig beëindigt, moet hij daarin ‘duidelijk en ondubbelzinnig’ zijn. Uit het recente arrest over de archeoloog blijkt dat een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring niet vereist is bij opzegging door de werkgever, zelfs als de werknemer vindt dat de opzegging niet duidelijk genoeg was. Het idee daarachter is dat de werknemer beschermd wordt tegen de nadelige gevolgen die vrijwillige beëindiging kan hebben.

Deze uitkomst heeft overigens niet tot gevolg dat de werkgever dan maar onduidelijk en dubbelzinnig mag zijn in zijn mededelingen en daar zelf van kan profiteren. Van belang is hoe de werknemer de mededeling redelijkerwijs heeft mogen opvatten, waarbij alle omstandigheden van het geval meewegen.

Advies over de eisen waaraan een opzegging van de arbeidsovereenkomst moet voldoen? Neem contact op via vangool@boontje.nl

Tekst: Joanne van Gool