Door Dianne van Moerkerk & Lisa van der Geest
13 april 2022

Scholing Werkgevers opgelet: wijziging scholingsplicht en studiekostenbeding per 1 augustus 2022

Als gevolg van de Europese Richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden (Richtlijn (EU) 2019/1152) worden per 1 augustus 2022 nieuwe wettelijke bepalingen van kracht. De richtlijn bevat onder andere minimumrechten voor de werknemer en beoogt bescherming te bieden aan werknemers met onzekere arbeidsvoorwaarden. De implementatie van de richtlijn brengt een aantal ingrijpende wijzigingen met zich. In een blogreeks informeren we u de komende tijd over de belangrijkste veranderingen. In dit eerste deel staan we stil bij de wijzigingen met betrekking tot de scholingsplicht en het studiekostenbeding.

Verplichte scholing kosteloos aanbieden
In het huidige artikel 7:611a BW is de scholingsplicht voor werkgevers vastgelegd. Deze scholingsplicht is tweeledig: enerzijds dient de werkgever zorg te dragen dat de werknemer zodanig wordt geschoold dat hij zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst kan nakomen en anderzijds is de werkgever verplicht scholing aan te bieden voor het geval de functie van de werknemer (in de toekomst) komt te vervallen of de werknemer niet langer in staat is zijn functie te vervullen.

Door de implementatie van de richtlijn zal het huidige artikel worden uitgebreid. Volgens het wetsvoorstel moet alle verplichte scholing kosteloos worden aangeboden. Van ‘verplichte scholing’ is sprake als de verplichting voortvloeit uit toepasselijk Unierecht, toepasselijk nationaal recht, een collectieve arbeidsovereenkomst of een regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan opleidingen op het gebied van veiligheid en arbeidsvoorwaarden, bijvoorbeeld het bijhouden van de vakbekwaamheid. Waar sprake is van verplichte opleidingen op basis van een collectieve arbeidsovereenkomst, zal dit in de desbetreffende collectieve arbeidsovereenkomst vermeld moeten worden.

Onder ‘verplichte scholing’ wordt niet verstaan beroepsopleidingen of opleidingen die werknemers verplicht moeten volgen voor het verkrijgen, behouden of vernieuwen van een beroepskwalificatie, zolang de werkgever niet verplicht is deze aan te bieden op grond van het Unierecht, nationaal recht of collectieve arbeidsovereenkomst. Volgens de wetgever gaat het hier om de zogenoemde gereglementeerde beroepen die zijn vastgelegd in de bijlage bij de Regeling vaststelling lijst gereglementeerde beroepen, waar onder meer de beroepen verpleegkundige en fysiotherapeut zijn opgenomen.

Als de scholing kwalificeert als ‘verplicht’, dan schrijft het wetsvoorstel voor dat de werkgever alle kosten moet vergoeden die de werknemer maakt in verband met het volgen van de scholing. Het gaat hierbij niet alleen om de kosten van de opleiding zelf, maar bijvoorbeeld ook om reiskosten, examengelden, boeken en ander studiemateriaal. Indien een huidige cao-bepaling hier ten nadele van de werknemer van afwijkt, dan geldt dat de werkgever per 1 augustus 2022 geen beroep meer kan doen op deze cao-bepaling.

Studietijd = arbeidstijd
Naast het kosteloos aanbieden van de verplichte scholing, schrijft het wetsvoorstel voor dat de verplichte scholing als arbeidstijd moet worden beschouwd en de werknemer daarvoor moet worden gecompenseerd. Voorts moet de verplichte scholing – als dat mogelijk is – worden aangeboden onder werktijd.

Studiekostenbeding verboden
Voor aanvang van een opleiding komen werkgever en werknemer veelal een studiekostenbeding overeen, waarin wordt afgesproken dat de werknemer (een deel van) de kosten van een opleiding terugbetaalt indien de werknemer zijn baan opzegt binnen een bepaalde periode na de opleiding. Voor zover het gaat om verplichte scholing brengt het wetsvoorstel wijzigingen met zich voor deze (rechtsgeldig overeengekomen) studiekostenbedingen. Een studiekostenbeding met betrekking tot verplichte scholing zal namelijk per 1 augustus 2022 nietig zijn, wat betekent dat het beding niet geldt en de werkgever daar geen beroep op kan doen. Dit geldt zowel voor bestaande overeenkomsten als voor overeenkomsten die worden gesloten na inwerkingtreding van de wet.

Voor studiekostenbedingen die niet zien op verplichte scholing kent het wetsvoorstel geen wijzigingen. Deze zijn dus ook na 1 augustus 2022 rechtens afdwingbaar, mits zij voldoen aan de juridische vereisten die daar voor gelden.

Indien u twijfelt over de vraag of een bepaalde opleiding kwalificeert als ‘verplichte scholing’, of als u een andere vraag heeft naar aanleiding van deze blog, neem dan contact op met Dianne van Moerkerk (vanmoekerk@boontje.nl) of Lisa van der Geest (vandergeest@boontje.nl). Telefonisch via 020 – 572 7190.